maandag 26 februari 2018

The Maz-ster


Dick Bos is een stripklassieker die behoort tot het Nederlands cultureel erfgoed. Dat hij grofweg 80 jaar na zijn eerste optreden nog steeds springlevend is zegt toch wat over de kracht van de creatie en het talent van zijn schepper Alfred Mazure, kortweg Maz.

Stripmakers van nu worden nog steeds door Maz geïnspireerd. Ja, ook de jonge generatie die met zijn werk kennismaken dankzij bijvoorbeeld Facebook. Bijvoorbeeld schetsers die in de reklame werken.  En wat te zeggen hiervan; er zal rond 2020 een Dick Bos tv-serie op de buis verschijnen. Toch wil ik het juist niet over Dick Bos hebben, maar over de andere strips van Mazure. De opvolgers van Dick Bos zeg maar.

Hoe kan het nu dat een striplezende jongen zoals ik in 1979 zonder internet zo'n Nederlandse strip uit 1941 leuk ging vinden? Omdat de strip goed is natuurlijk. Maar ja, je moet wel weten dat ie bestaat! Dat wist ik dankzij ene Kees. 

Een van de eerste boeken over strips. Vroeger bestond er geen internet waar je je informatie uithaalde, je moest ervoor naar buiten, naar een ander gebouw dat bibliotheek genoemd werd.

Kees Kousemaker opende in Amsterdam het allereerste stripantiquariaat van Nederland. Hij schreef met zijn vrouw het boek Strip voor Strip. Dat boek kwam in vele bibliotheken terecht. En ik kwam weer bij de bibliotheek om een werkstuk te maken over strips. Ik wilde over Suske en Wiske, Kuifje en Robbedoes schrijven, maar wacht! Wie is dat? Dick Bos!?  Door ene MAZ.

De klassieke Dick Bos uit de jaren veertig. 1 plaatje per bladzijde, een boekje op het formaat van een pakje sigaretten.
Teksten in de oude spelling in typeletters, dat maakt het extra leuk,

Dick Bos was niet zo oubollig als die andere Nederlandse klassiekers. Deze strip was veel filmischer en met tekstballonnen (net als bij die Belgische strips)! Deze tekstballonnen stonden ook nog eens vol met gevatte teksten.  Een heel verschil met het jongensboeken proza uit Kapitein Rob en Eric de Noorman.

Inmiddels was het 1989. In oude boekwinkeltjes en op beurzen verzamelde ik al snel mijn Dick Bosjes bijeen. Dat de strip in boekjes met een plaatje per bladzijde werden uitgegeven ter grootte van een pakje sigaretten maakte ze extra aantrekkelijk. Dat heeft niks tabak te maken. Een plaatje per bladzijde versterkt het filmidee. Ik had overigens voorkeur voor de mooier getekende Dick Bos uit de jaren 60 die ook een beetje op James Bond leek. Maar daarover later.

Op de beurzen duwde ik zestigers omver, die met een mancolijst ook op jacht waren naar dat ene ontbrekende boekje uit hun jeugd. Ik ging over lijken, maar op een gegeven moment had ik alle 72 verhalen compleet. Het werk van Mazure had mij in de greep, zoals alleen iemand dat met de zwarte band kan doen. Had die man maar meer gemaakt. Welnu, dat had ie.

Alfred Mazure heeft meer gemaakt dan Dick Bos alleen en  dat wordt nog wel eens vergeten door andere enthousiaste Maz-fans. Keer op keer gaat het weer over hetzelfde.  Jammer, het doet het oeuvre van Mazure te kort.
Dick Bos boven uit de jaren 40. Onder uit de jaren 60
Dat hij veel meer gemaakt heeft is ook te zien aan de verschillen in tekenstijl tussen de twee series van Dick Bos. De eerste serie verhalen verscheen in de jaren 40. De andere serie verscheen in de geheim agenten hype in de jaren zestig, veroorzaakt door het succes van James Bond. Maz emigreerde vlak na de Tweede Wereldoorlog naar het land van James en ging werken voor de Engelse kranten. Daar ontwikkelde hij diverse opvolgers van Dick Bos.

Sam Stone (Dick Bos 2.0)
De eerste strip na Dick Bos had een soortgelijke korte krachtige naam: Sam Stone. Sinds kort zijn deze strips te bekijken via de Britse Krantenarchieven. Normale mensen duiken de archieven in voor stamboom onderzoek, ik ga stripjes kijken. Jammer genoeg zijn het ingescande microfilms. Dus het tekenwerk is niet optimaal te bewonderen, maar de verhalen zijn te lezen.

Sam Stone. In het begin lijken de avonturen van deze Sam Stone nog op de oude Dick Bos. De tekenstijl sluit aan bij de laatste avonturen van Dick Bos.  Zelfs de ballonstaartjes zijn nog hetzelfde (een nerdachtige opmerking, ik geef dat toe).

Interessant is het verhaal Honeymoon Murder. Dit verhaal speelt zich af in een Kasbah. 'Een verdedigbaar bouwwerk in een stadsdeel' verteld Wikipedia mij. Bijna iedere nederzetting in Marokko en Algarije heeft haar eigen Kasbah. En Kasbah was de titel van het laatste avontuur van Dick Bos wat nooit verschenen is. Ik denk dat dit avontuur van Sam dus een bewerking is van dat verhaal dat nooit gekomen is.

Aankondigingsstrook, van The Peddlers of Doom. In het verzinnen van pakkende titels was Mazure altijd al sterk.

Later zijn de Sam strips meer als een soort detective films. Vooral het verhaal The Peddlers of Doom (krachtige titel) wat over drughandel gaat en in de USA afspeelt doet erg denken aan een Amerikaanse film noir. Ik vind Sam Stone een goede strip. De toon is wat harder. Na een X- aantal avonturen creëerde Maz echter een andere strip voor de Daily Herald.

Let me teach you some Jiu-Jitsu !
Bruce Hunter (Dick Bos 3.0)
Ook met dichtgelopen lijnwerk te bewonderen via het online kranten archief is Bruce Hunter. Is Sam Stone als een boevenfilm, de Bruce Hunter-strip lijkt op een Engelse detectiveserie die je nu zoveel op tv ziet. De toon is veel lichter dan Sam Stone. Wellicht had Mazure, die met depressies kampte daar behoefte aan?
Pixie en Pepper op vakantie met Bruce in Frankrijk.

Bruce is wat ouder en hij heeft twee assistenten. Een man met een bril die Pepper heet en een fris leuk meisje genaamd Pixie. (zie hierboven). Ikzelf moet denken aan de tv serie Foyles War. Waar die constructie van een drietal die een zaak oplost ook bestaat, maar er zijn vast talrijke andere voorbeelden. Bijna alle verhalen van Bruce (op 2 na dus) zijn in de jaren 60 gerecycled als Dick Bos verhalen (hieronder).

6 van de 8 verhalen van Bruce Hunter recyclede Maz in Dick Bos verhalen. Zie de overeenkomsten.

Romeo Brown (Dick Bos 3.0)
Na Bruce Hunter stapte Mazure over naar een andere krant en begon opnieuw een andere detective strip. De toon werd NOG lichter. Bijna een humorstrip. Tijd voor een antiheld. Romeo Brown loste eerder per ongeluk de zaken op. Ook omdat zijn hoofd regelmatig op hol werd gebracht door zeer mooi getekend vrouwelijk schoon.


Italiaanse uitgave van de Engelse krantenstrip Romeo Brown van de Nederlandse Alfred Mazure.
De strip was zeer populair maar toch stopte hij na enkele jaren. Een andere tekenaar zette Romeo Brown nog voort (Jim Holdaway). In Italië is de strip compleet uitgegeven. Wie het Italiaans niet machtig is kan wederom gaan grasduinen in het Brits Archief. Dit keer in de kranten van The Daily Mail.

In één van de avonturen van Romeo Brown speelt Maz ee als boef. Later zal hij zichzelf in Dick Bos opnieuw  een rol als gemenerik geven.

Carmen and Co
Terwijl in Nederland Tom Poes en Bommel het donkere bomen bos inliepen en Kapitein Rob weer eens het ruime sop koos ontwikkelde Mazure weer voor een andere krant. Dit keer over twee sexy vrouwelijke detectives. Oh la la, dat is nog eens wat! Zijn stijl werd steeds sexier. Helaas voor de hijgers is de krant waar deze dames in staan niet online te bekijken. Gelukkig kreeg ik via stripkenners Rob van der Nol en Wim Kiefer originelen onder ogen.

Een fragment uit Carmen en Co. De tekenstijl is zeer verwant aan die van Alex Raymond die detective Rip Kirby tekende. Eerder verzon Alex Raymond Flash Gordon. Talrijke tekenaars zijn beinvloed door Raymond. Maz ook.  Raymond werd steenrijk van zijn strips.(ja, dat kan!)  Hij kwam te vroeg om het leven door een ongeluk met zijn Mercedes sportwagen.  Zelfs daar wordt een strip over gemaakt.


Jane
Het (typisch Britse) pin-up gebeuren was Maz inmiddels op het lijf geschreven. Tekende hij in de jaren veertig bij Dick Bos nog lelijke vrouwen, nu stond hij bekend als 'girlie-artist'. Geen wonder dus dat hij een vervolg ging maken op Jane, de beroemde Engelse pin-up strip van Norman Pett (van deze strip is zelfs een tv serie gemaakt). De strip van Maz heette voluit Jane, Daughter of Jane. De opzet van de oorspronkelijk strip Jane lag in het feit dat ze in elk verhaal op allerlei manieren haar kleding verloor. Dat was in de oorlogsjaren een recept voor succes. Later was dat toch ietwat passé. En nu in 2018 zou dat al helemaal niet meer in de krant komen.

 


De laatste stroken van Jane, Daughter of Jane. De toon van de strip is leuker met  minder pin-up gedoe. Het uiterlijk is langzaamaan veranderd in een gewoon meisje. Jane is bijna al de secretaresse van Dick Bos, Sheila.
Jane is veranderd in Sheila.
Met deze strip zijn we dan eindelijk aanbeland bij de Dick Bos uit de jaren 60. Dick Bos is dus stukken beter getekend en heeft een secretaresse Sheila. Een kopie van Jane, geen pin-up. Een leuk fris meisje. Het zou je zus kunnen zijn. Het uiterlijk van deze zus is gebaseerd op Elly Mazure, de dochter van Maz. Ze poseerde regelmatig voor de strips. Er bestaan ontroerende foto's van.

Dick Bos zelf is steeds meer een soort geheim agent à la James Bond. Dit is mijn favoriete Dick Bos. De tekeningen swingen de pan uit, er zit humor in. Het is spannend. De karakters zijn goed. Het heeft alles wat een goede strip moet hebben. Bedenk dat Mazure zijn strips geheel alleen schreef en tekende zonder assistentie. Dat maakt alles nog knapper. Tussendoor deed hij ook nog illustratiewerk voor boeken, schreef boeken en, oh ja, hij ging ook nog eens animaties tekenen.

Mazure animeerde in een soort stop motion techniek een heel verhaal van Dick Bos. Hij tekende en kleurde het verhaal De Koning van Malta opnieuw met waterverf.


Het is jammer dat Dick Bos stopte zo rond mijn geboortejaar, 1967. En het is nog veel jammerder dat Alfred Mazure veel te jong stierf in 1974. Maar zijn creaties zijn onsterfelijk zegt het cliché, en het is niet voor niks een cliché.

Dick Bos in 2018 en verder...
Goed, we zijn inmiddels 50 jaar verder. Hoe vergaat het Dick Bos in deze eeuw? Word ik - die inmiddels grijs aan de slapen geworden is - op de Comic-Cons al omver geduwd door jochies op zoek naar Dick Bos? Is hij nog net zo levend als James Bond? Jazeker!

In de jaren negentig inspireerde de jaren veertig Dick Bos de tekenaars Windig en de Jong (bekend van de succesvolle stripkat Heinz) tot de parodie Dick Bosch 

Maar de strips van Dick Bos weten ook buitenlanders te inspireren. De Oostenrijkse striptekenaar (ja, ook daar leven striptekenaars!) Nicolas Mahler bezocht in Haarlem de stripdagen en raakte gefascineerd door de kleine boekjes die hij bij de kraampjes zag liggen. Hij maakte als eerbetoon een eigen versie genaamd Dick Boss.


Van al de klassieke Nederlandse strips zoals Tom Poes, Kapitein Rob, en Eric de Noorman zijn mooie heruitgaven verschenen. Ook Dick Bos werd in kunstleder heruitgeven en vond gretig aftrek in de bejaardentehuizen waar de schooljongens van toen elkaar met jiu-jitsu grepen uit de rolstoel gooien. Maar juist die oude kleine boekjes hebben de charme wat mij betreft, dat is Dick Bos. Nee, dan begreep een Brusselse uitgever het onlangs beter. Hij maakte vorig jaar een herdruk die te krijgen was in een trekautomaat. Dick Bos! Gezonder dan sigaretten!
Bekend is dat hele scenes uit Paul Verhoeven's Basic Instinct uit Dick Bos komen. Verhoeven verteld dat zelf in de documentaire Dick Bos weer in actie uit 2004. In Soldaat van Oranje zit overigens ook een knipoogje naar Dick Bos, als Jeroen Krabbé zijn eigen spiegelbeeld aan flarden schiet.
Toneelgroep Beumer & Drost maakte een filmische theaterthriller met Dick Bos en zijn schepper Alfred Mazure in de hoofdrollen. En momenteel wordt er zoals ik hierboven al meldde door Burny Bos (!) een TV-serie ontwikkeld die gepland is om in 2020 op de buis te verschijnen.



Ik sluit af met een nieuwtje. Een heuse scoop op mijn blog! Ook bij de komende Stripdagen in 2018  is Dick Bos aanwezig. Heel groot. Blow ups van Dick Bos tekeningen zullen geëxposeerd worden bij Studio de Burgwal. Daar kan Roy Lichtenstein een puntje aan zuigen. Ze hangen daar samen met blow ups van mijn eigen detective Nick Name. Nick Name heeft vele inspiratiebronnen, maar er zitten knipoogjes naar Dick in Nick. Hang ik samen met Maz aan de muur. Ik had had het niet kunnen verzinnen in 1979, op mijn 12de, toen ik voor het eerst Dick Bos zag in het boek van Kees.

Bruce Sam of Dick? Nee het is Nick, mijn eigen detective. See you at the Stripdagen!



woensdag 31 januari 2018

Scenarix




Onlangs kreeg ik een reisje Parijs cadeau. Een bijzonder aardig gebaar van een gepensioneerd architect die striptekenlessen bij mij volgde. Het reisje stond in het teken van een bezoek aan de tentoonstelling over strip-schrijver René Goscinny, of scenarist zoals dat zo mooi heet. Zelf ben ik zowaar ook een echte scenarist bij het tijdschrift Eppo. Al verdien ik al sinds mijn 20ste geld met het tekenen van cartoons en stripverhalen, bij Eppo word ik vooral gezien als schrijver. Gelukkig ben ik bij de StripGlossy auteur. En bij het verpleeghuis waar ik op vrijdag werk receptionist. En als ik striptekenles geef blijkbaar docent.
Maar goed, ik dwaal af.

Schrijvers werden vaak ondergewaardeerd bij de strip. Namen van stripschrijvers werden vaak niet eens genoemd. Goscinny bracht daar verandering in. De tekenaars zijn net als de zangers van een band degene die in de spotlights staan, maar wat is een strip zonder goed verhaal? Rene Goscinny werd wereldberoemd als de bedenker van Asterix en Lucky Luke en niet te vergeten Petit Nicolas.
De man heeft ontzettend veel geschreven. En dat alles is te zien op deze prachtige Expo. Ja, de strip wordt gewaardeerd in Frankrijk, al verdient 53% van de tekenaars momenteel nog minder dan het Franse bestaansminimum. Over de Nederlandse situatie heb ik het maar even niet.


Tekenwerk van Goscinny, de detective Dicky Dicks. Er bestaan 120 pagina's van .
Wat sommige mensen niet weten is dat Goscinny ook strips getekend heeft. Ik vond het heel erg leuk om te zien. Helemaal niet zo slecht als zijn biograaf beweerd. Pas mal, zei Goscinny er zelf over.  Niet slecht, maar anderen kunnen het beter, was de strekking. En bovendien vond hij het schrijven leuker (?). De tentoonstelling hangt dan ook vol met al het werk van die mannen die het beter konden. Originelen van Uderzo zijn te bewonderen, van Morris, Franquin, Sempé en ga zo maar door.

Uiteraard kun je met je neus bovenop het werk van Uderzo gaan staan om het prachtige inktwerk te bewonderen. Zo kun je goed zien dat de neus van Asterix uit 2 penseelstreken bestaat. Eentje van onder, de ander van boven. Inkten is als kalligraferen. 

Eén van de leuke dingen voor mij, was een proefontwerp van het tijdschrift Pilote. (Goscinny richtte het blad met een paar anderen op, en was hoofdredacteur). Dit ontwerp van het later zo beroemd geworden tijdschrift (de strip Asterix debuteerde in dit blad) stond vol met onbekende nooit verder uitgevoerde strips. Daarbij zat een onbekende pagina van Franquin! Ja, mijn favoriete tekenaar (ja, die tekenaars, dat zijn verdomme echte sterren).

De strip gaat over een stripheld op zoek naar een bijbaantje. Receptionist? Nee, assistent voor een professor. Het is tenslotte een strip. Diverse plaatjes waren op het ontwerp geplakt, een strook op de voorzijde van het blad, een vervolg op de laatste pagina. Uit alle losse en dubbele plaatjes heb ik de strip kunnen reconstrueren. Die hieronder te bekijken is. Later kwam ik erachter dat de strip onder de naam Mimile al in een ander nooit van de grond gekomen blad had gestaan.

Voor wie de Franse taal niet machtig is, een uit de losse pols vertaling; Francinou is door zijn laatste geld heen (er staat letterlijk, ik ben op klompen naar de stad gekomen, nu loop ik op pantoffels). Hij heeft dus dringend een baantje nodig. Plaatje 2. Zijn oog valt op een advertentie waar een jongeman gevraagd wordt om in dienst te treden bij de uitvinder Mr Pabeau (een woordspeling van Goscinny, het betekent "niet mooi"). De uitvinder zoekt een multifunctioneel persoon; een  monteur/lijfwacht/secretaris. Plaatje 3. Francinou komt bij het adres. Ik hoop dat ik zaken kan doen met die Monsieur Pabeau. Plaatje 4 spreekt voor zich. Plaatje 5. De uitvinder roept, Wauw! wat een start! Wat een kracht. Jammer dat ik vergeten was de garage deur te openen! Plaatje 6. Ah jongeman, was u het die aanbelde? Ik deed net de deur open. Francinou antwoordt dat hij voor de sollicitatie komt. Plaatje 7. De uitvinder springt enthousiast uit zijn auto; Je bevalt mij, slimme knul. Je bent aangenomen! Ik? Ah, bedankt mijnheer Pasbeau. Laatste plaatje; De uitvinder zegt: Kijk dit is mijn werkplaats, om te beginnen moet het een beetje opgeruimd worden. Dan kunnen we ons daarna op mijn uitvindingen concentreren.

Oké, op naar de tentoonstelling in Parijs dus. Om al dat moois te bewonderen. Hij is er nog tot 4 maart. En denk nu niet; benjemal, helemaal naar Parijs. Geef jezelf een dag vrij! Pak de TGV. Je bent binnen 3 uur op Gare du Nord. Drink buiten het station even koffie of witte wijn. Schrik niet van een ontploffings-geluid zoals ik. Het is slechts een achtergelaten koffer die voor de zekerheid wordt opgeblazen. Pak na de koffie (of het pilsje voor de schrik) lekker de metro. Twee stopjes maar, en je wandelt rustig naar het Musee d'art et d'histoire du Judaisme. Laat de tassencontrole je welgevallen en ren nu niet gelijk naar de museumshop met de o zo mooie boeken, maar bekijk die tentoonstelling! Je hebt immers tijd zat. Je hebt daarna nog zeeën van tijd over om door Parijs te kuieren. Koop macarons voor je vriendin of een stripboek voor je vriend. En dan op je gemak raast de TGV je weer naar huis. Moe maar voldaan kom je thuis. Bladerend in de catalogus van de tentoonstelling. Had je daarvoor nu helemaal naar Parijs gemoeten? Ja!





maandag 8 januari 2018

De slimste

Binnenkort zijn de finales van het programma de slimste mens op Tv. Een van oorsprong Belgische Quiz waar allerlei vragen de revue passeren, gepresenteerd door Philip Freriks onderbroken door wise cracks van jury lid Maarten van Rossem.  Hoewel de presentatoren al leuk genoeg zijn valt of staat ook een beetje met de gasten. Zijn die saai, dan is het programma ook wat  saaier. Verleden jaar was er qua saaiheid niets te klagen doordat cabaretier Stefano Keizers meedeed, met als gevolg dat ik toch een flink aantal afleveringen aan de buis gekluisterd zat. Zelfs als dat niet kon, en ik bijvoorbeeld een deadline had. Dan maar met tekentablet op schoot een strip inkleuren toch?  Gelukkig is het programma prima geschikt om te kijken tijdens het multitasken.
Strip voor de gemeente Alkmaar. Ik probeer de strip altijd herkenbaar te houden voor de lezers in dit geval de ambtenaren van de gemeente Alkmaar. Alsof je de stripfiguren tegen kunt komen op je werk. Tijdens een rondleiding zag ik de  authentieke pijnbank in de gang staan. Ik wist dat ik er ooit een strip over ging maken ook al was het onderwerp flexwerken. 

Ik had het wat drukker door opdrachten van de gemeente Alkmaar waar ik een serie strips voor mocht vervaardigen. Ik had eerder voor de overheid gewerkt aan het begin van mijn strip carrière: 10 jaar tekenende ik strips voor de ambtenaren van de Provincie Noord Holland. Nu dus voor de ambtenaren van de gemeente Alkmaar. Ik kan mezelf dus een specialist noemen in het vervaardigen van strips voor ambtenaren . Ondanks die ervaring viel het niet mee een strip over het onderwerp werktevredenheid  te verzinnen. Ik vind het lariekoek en ongeloofwaardig een strip te maken waarin elke medewerker tevreden is over zijn werk. Ik maak geen propaganda. Anderzijds is het al snel negatief een strip te maken met geklaag over het werk. Wat nu?

Meestal schrijf ik onbewust. Dat wil zeggen dat ik gewoon ga zitten en wat begin te doedelen en als vanzelf komt er wat leuks op papier.  Heb je een strip met vaste karakters, dan schrijft een strip bijna zichzelf door de types en omgeving waarin de helden zich  begeven.  Bij een strip als Eppo moet ik van tevoren ook nog het onderwerp bepalen. Komt er niets naar boven, of loop ik vast, dan probeer ik een ander onderwerp. Ik heb het vertrouwen onderhand na 20 jaar in het vak, er komt altijd wel een idee. Maar, wanneer?

Niet elk onderwerp leent zich voor een leuke strip.  Het lastige bij opdrachtwerk is dat je vast zit aan de gegeven onderwerpen. Als ik daarop vastloop ga ik het wat bewuster aanpakken qua schrijven. Ik noteer de gegevens  in korte steekwoorden . Voor de Alkmaarstrip had ik 3 vaste karakters verzonnen. De vragenlijst voor het personeel had ik als gegeven. 3 personages, vragen...hee! Bliksemflitsje van inspiratie  En zo kwam ik op het idee mijn  stripambtenaren als kandidaten van de Quiz de slimste mens op te voeren.

De strip over het werktevredenheid onderzoek. Ik kreeg van de opdrachtgever een compliment over de kleuren, terwijl indien zelf juist te fel vond, maar ik zat vast aan de bestaande kleuren van het TV-programma. 

Het uit de context plaatsen van een situatie is een beproeft recept voor het maken van gags. Ik had voor de ambtenaren van de provincie Noord Holland ook al in een TV Quizz laten optreden, een fictieve quizz in dit geval 


Flexwerken is een dankbaar onderwerp voor strips...


woensdag 16 augustus 2017

Onbekende beroemdheden


Het verzamelen van originele striptekeningen heeft een steeds grotere vlucht genomen. Het begon zo'n beetje in de jaren 70 van de vorige eeuw met het werk van Kuifje tekenaar Hergé. Kopers haalden steeds regelmatiger de krant met de enorme bedragen die neergeteld werden voor een originele strippagina.
Tijdens een interview nog, vlak voor de gekte, ontdekten journalisten tijdens een bezoekje aan de tekenaar de tekeningen van het eerste verhaal. Deze waren achteloos in een kast geflikkerd als oud papier. Nu hangen dezelfde tekeningen in een eigen Herge-museum achter gepantserd glas.


Anno 2017 zijn er  talrijke websites waar originele striptekeningen te koop zijn. In de USA is de verkoop van comic originelen big business.  Filmsterren hebben als investering een paginaatje Superman in huis.Voor de gewone stervelingen is het meeste werk van bekende striptekenaars buiten bereik geraakt. Gelukkig worden er steeds mooiere boeken uitgegeven met reproducties, maar  "the real thing" is toch het mooiste. Zo heb ik thuis een origineel van Broer Konijn met koffie spetters uit de mond van Dick Matena. DNA- materiaal is in druk een stuk minder interessant.

Voor mij als tekenaar/verzamelaar is het zeer inspirerend om je atelier vol te hangen met het zweet en zwoegwerk van collega's. Het liefst zou ik natuurlijk een origineel van Franquin (de tekenaar van Guust Flater) ophangen, maar ik heb even geen 100.000 euro bij de hand.

Ik vind het fascinerend dat elk land zijn eigen beroemdheden heeft. Hier in Nederland verruilen mensen hun schoonmoeder nog voor een ingelijste Olivier B. Bommel maar wie heeft in bijvoorbeeld Zuid Amerika ooit van Tom Poes gehoord? Via de tekenaar van Tom Poes en Bommel kwam ik overigens wel op het spoor van Zuid Amerikaanse strips. Zuid Amerika heeft een rijke traditie in de strip.
Marten Toonder leerde in de jaren dertig het vak door een striptekencursus gepubliceerd in het Argentijnse blad Patoruzu. Dit blad was vernoemd naar een stripheld van de tekenaar Dante Quinterno, wel eens de Argentijnse Walt Disney genoemd. In dat tijdschrift verschenen avonturen van vele striphelden die op hun beurt weer een eigen tijdschrift kregen.

Veel van Zuid Amerikaanse strips  zijn voor mij totaal onbekende beroemdheden. Origineel werk is ook gewoon te koop via Ebay, en dat allemaal voor bedragen zonder 3 nullen. De teksten van de strips kan ik niet lezen wat de strippagina's voor mij nog fascinerender maakt. Elke grap is natuurlijk geniaal. En wat het tekenwerk betreft...ik kan er uren naar kijken, zo'n origineel verteld een hoop over de werkwijze van de tekenaar. Ik kocht er een paar.


LOS 3 AZOTES DE DIOS van ene Adolfo Hernando Urtiaga De strip verscheen in bovengenoemde Patoruzu. Een fascinerend origineel met veel dekwit en het nodige  knip en plakwerk. Een tekening is nooit klaar! en hier is dat goed te zien. Zo is het eerste plaatje  eruit gesneden en vervangen door een hertekend prentje.  En ook bedacht de tekenaar dat een professor een groter hoofd moet hebben dan een doorsnee sterveling, zijn schedel is wat groter gemaakt op alle plaatjes. Mijn kennis van de Spaanse taal  is beperkt om niet te zeggen totaal afwezig. Toen ik de titel Googelde om achter de betekenis te komen kwam ik op allerlei pornosites terecht waar mensen met een zweep worden geslagen. Rechtstreeks vertaald staat er De 3 zweepslagen van God. Een vreemde titel voor een strip. Los tres Azotes vertaal ik voor het gemak maar met de drie idioten. Want dat zijn de hoofdpersonages. Ze geven geheime plannen aan de affiche-plakker in de stad. Leuke grap, leuk getekend in een lekker penlijntje. En een prachtige handbelettering, mooi om naar te kijken.




In het tweede origineel gaat het ook om drie idioten. Al is er een de grootste idioot. Dat is de hoofdpersoon, genaamd Capucua. Een sukkel met heel veel geluk. De andere twee, een professor en een butler, proberen hem telkens te slim af te zijn. Wat natuurlijk niet lukt. Want zo zijn de stripwetten. Ook dit origineel is het waard om aangestaard te worden. (is dat goed Nederlands? what the heck! )  De bladzijde bestaat uit vier stroken en zijn ooit opgeslagen geweest in een vochtig hol. Ze zaten als stapeltje aan elkaar geniet, zie de roestige gaatjes links) Tja, heel praktisch, zo hou je het verhaaltje bij elkaar. Helaas raakten de stroken wel heel erg aan elkaar gehecht, ook zonder nietje wilden ze elkaar niet meer loslaten. Dat heeft de tekeningen beschadigd, maar dat geeft het origineel ook weer iets extra's.

Adolfo Mazzone was de tekenaar en die heeft toch aardig wat bereikt als ik dat zo lees op Wikipedia. Het stripblaadje wat naar deze Argentijnse Eppo is vernoemd is overigens een leuk gevarieerd oblong boekje ter grootte van een liggende pocket. Er staan allerlei strips in van andere onbekende Argentijnse tekenaars. Ook van die strips zijn weer originelen te koop op de Argentijnse Marktplaats. Maar he, ik kan wel alles kopen. Het wordt tijd dat men mijn werk gaat inlijsten. Helaas werk ik tegenwoordig digitaal ...




zondag 13 november 2016

Handletteren


Na de inkleurboeken voor volwassenen die overal in boek en tijdschrifthandel lagen opgestapeld verschijnen nu plots boeken met de titel; Handletteren kan iedereen! Nietwaar! Vioolspelen kan niet iedereen, Frans spreken kan ook niet iedereen. Handletteren dus ook niet .Het is net als een taal, een taalgevoel, en als je een tijdje niet oefent verdwijnen de finesses. Op school kreeg ik complimenten over mijn handschrift. Dat kwam omdat ik niet in schoolschrift schreef maar alles in stripletters. Werkstukken van medeleerlingen leken in geheimschrift geschreven, bij mij was het zo helder en leesbaar als een stripballon. Toen ik naar de Reproductie Teken Opleiding ging werd ik zelfs officieel geschoold in het lettertekenen.
Op school in het pre digitale tijdperk.Allemaal een tekenhaak voor de rechte lijnen.
Overbewust als altijd kijk ik in de camera (rechts)


De leraar was mijnheer Blokland, nu een gedistingeerd letterprofessor, toen niet bepaald de doorsnee leraar met Frankenstein schoenen.  Ik was echter veel te lui een ECHT font te ontwerpen. Ondanks het feit dat mijnheer Blokland mijn uit een boek overgetrokken alfabet tot een volwaardig eigen font omtoverde, had ik niet de puf om het verder uit te bouwen.Wat een werk!, ben je klaar met alle 26 letters, kun je de boel nog eens cursief en vet gaan doen. En dan heb ik het nog niet gehad over de punten, de komma's, vraagtekens en uitroeptekens!!!

Op school leerde ik voor het eerst dat er deadlines bestonden. 
Terwijl een klasgenoot zelfs de tijd nam uit een steen een alfabet te hakken ging ik liever tijdens de les stripjes tekenen. Ik zette een hele productielijn op met mijn klasgenoten. Ik kreeg ook zelfs al betaalde opdrachten. Na school bleek dat leven van strips niet zo eenvoudig was. Ik moest dus een echte baan zoeken. En wat leek me nu leuker dan werken bij de studio die de hele Donald Duck volletterde? Die studio heette Richards Studio. En men had een vacature...
Lettering uit Richard's studio in een Broer Konijn van Dick Matena
Vol zelfvertrouwen letterde ik een sollicitatiebrief. Ik werd terstond uitgenodigd. Het was op een regenachtige dinsdagmiddag dat ik in een tram door Amsterdam reed richting het bedrijf dat half Nederland voorzag van letters. Vol goede moed ging ik het gesprek in. Helaas zag ik er in die tijd uit als een bleke snotdruppel. (zie foto boven)  Bovendien zei ik allemaal rare dingen tijdens het gesprek zoals het antwoord op de vraag; wat zijn uw salariseisen mijnheer van Koten? Weet ik veel? Het minimum jeugdloon? Ik heb het echt gezegd! Zo geef je jezelf niet bepaald waarde. Het mag geen verrassing heten dat ik werd afgewezen.

Een cartoon van mijn hand uit begin jaren 90 met daarin 2 technieken die bij mij in onbruik zijn geraakt door die vermaledijde en te handige computer. Het "kleuren" met gewassen inkt en…handlettering.
Toch is deze afwijzing een fijne herinnering. Hoe was mijn strip-carrière immers verlopen als ik in vaste dienst van 9 tot 5 was gaan handletteren. Nu ging ik op jacht naar stripteken en cartoonwerk en ik leerde mezelf met het omsteekpennetje echt heel netjes letteren. Dat had ik daar namelijk afgekeken, hoe dat ging met zo'n omsteekpennetje. Je kon een mooi dun en dik verschil maken. Daarvoor deed ik alles met een stiftje. Ik ging zelfs mijn cartoons met zo'n pennetje inkten. Zag mijn inktlijn er ook direct sierlijker uit. Nou ja, sierlijker. In elk geval met dun-dik verschil in de lijn.
Nog meer oud werk, zo oud dat bedragen nog in guldens zijn, grijswaarden met snijrasters en letters met de hand.
Langzaam maar zeker kreeg ik steeds meer strip en cartoon opdrachten. En sommige opdrachtgevers wilde zelfs ook alleen letters van mij. Totdat de computer zijn intrede deed en iedereen over ging op de standaard letters uit de computer. En zelfs ik stopte met het handletteren. Het was immers een tijdrovende bezigheid. En echt snel was ik niet bepaald.  Maar het is jammer. Want nu ben ik die vaardigheid kwijt.

Frits Jonker lettert ALLES! Zelfs kattebelletjes!
Mijn strip Nick Name heb ik dan ook niet zelf geletterd. Te lang niet gedaan. Ik heb het dus  aan DE specialist van Nederland gevraagd die nog lettert; Frits Jonker. Een kleurrijke snaak die 1001 en een dingen doet (ook een hele leuke blog schrijft). Met zijn ontwerp voor de kop van Nick Name was ik erg blij. Ik hou erg van koppen boven de strip. Vandaar dat ik als enige in de StripGlossy een kop boven de strip heb.  Met mooie letters dus!
Bedankt Frits!



donderdag 20 oktober 2016

Nick en ik.

In 2004 stapte stripheld Nick Name mijn leven binnen.

Ik maakte onlangs mijn debuut. Onlangs? Maar volgens de belastingdienst maakt u al 30 jaar strips mijnheer van Koten! Ja dat klopt. En je schrijft toch scenario's voor Eppo, alweer meer dan 100 gags, en dat leuke stripje over die jongen met zijn kat in een Belgisch blad? En die Pinguïn-strip ook al meer dan honderd afleveringen? En die niet bijgehouden website vol oud werk? Ja dat klopt. Maar toch voelt het verschijnen van mijn strip Nick Name in StripGlossy 2 als een debuut.

Het vak van stripmaker heb ik me langzaam maar gestaag eigen gemaakt door het maken van allerlei strips die overal gepubliceerd werden behalve in de stripwereld zelf. Dat is leuk om de huur van te betalen, maar grapjes tekenen in bedrijfsbladen en plaatselijke sufferdjes geeft toch een ander gevoel dan een strip publiceren in een luxe striptijdschrift, zelf al betalen de sufferdjes het drievoudige. Ik sta nu op het striptoneel met een goed stuk i.p.v. een reclamespot voor een neusspray op een tochtige straathoek.
Reklame tekening voor neusspray en pilletjes tegen allergie.
Dit oude stripje uit 2006  voor een personeelsblad voor de ambtenaren van de provincie Noord Holland blijkt toch nog behoorlijk actueel

Jarenlang strips en cartoons in opdracht verzinnen traint je als schrijver. Via de achterdeur van stripblad Eppo ben ik als scenarist van de strip Eppo de stripwereld ingekropen. Een droom kwam uit (vanaf mijn 12de was het levensdoel; in de Eppo staan)  Nu kom ik via de voordeur binnen als tekenaar bij de StripGlossy. Volgens mij droom ik weer!

Nick Name bedacht ik al in 2004  als hoofdpersoon in strip voor een nieuwjaarskaart. In deze vroege variant heeft Nick nog blond haar en de toon is veel humoristischer.
Zelf speel ik ook nog een rol, de strip speelde nog in de tegenwoordige tijd af, en niet in 1948 zoals nu.  Een passage in dit stripje gaat over internet daten. Het gebruik van een nick-name was gewenst op de dating-site. Dat is hoe ik op de naam kwam voor de detective. Het leuke is dat deze strip onder ogen kwam bij Thé Tjong Khing, een tekenaar die ik zeer bewonder. Een plaatje viel hem op, daar waar Nick over straat wandelt. Ik had op dit plaatje gezweet. Ik kreeg het maar niet voor elkaar het loopje van de held zo te tekenen als ik in mijn hoofd had, het was voor mij een mislukt loopje. Maar dat loopje was in de ogen van Khing juist oké.  "Het leek wel of hij dansend over straat gaat! net als Fred Astaire" schreef hij. Ik ging dansen door zijn compliment.
Het bewuste loopje...

Ik kreeg de smaak te pakken en Nick Name kwam zo nu en dan in korte stripjes voor, maar nooit in een lang verhaal. Door allerlei mislukte dates werd ik zeer creatief en bedacht een Graphic Novel van 80 pagina's. Ik las het laatst nog na, en het was niet bepaald een luchtig verhaal. Ik mixte thema's als shell shock met een  miskraam.  Geen wonder dat ik het nooit afgetekend heb. Nee, een 10 pagina verhaal van een iets lichtere toon was een beter idee.

Khing vroeg vaak hoe het stond met mijn stripdetective, de jaren schoten voorbij.

Nu 12 jaar later  hebben we ondertussen een hechte band . En ik heb zowaar eindelijk een strip van mijn geliefde stripheld afgerond. Het 10 pagina verhaal in de Glossy wordt  ook nog eens ingeleid met een uitgebreid dubbel interview tussen Khing en mij.  Een mooier debuut valt niet te wensen!

Het leukste moment van het interview gevangen door fotograaf en vormgever Peter Beemsterboer;Khing en ik scheuren een zogenaamd pagina van Nick Name in twee. Je moet jezelf ook niet te serieus nemen!



Van scenario-schets  naar eindresultaat in kleur
Hieronder enkele stappen uit het productieproces.



De eerste (aan)tekeningen voor het verhaal, de tekst is nog lang niet definitief, soms zijn het aanduidingen. Teveel nadenken boven het witte vel over de juiste zin stokt de stroom van het creatieve proces.  Tekening en tekst komen vrijwel gelijk.

De tekening in inkt, bijna klaar. Ik tekende de strip per halve pagina staand. Aan het eind telkens een klein vraagteken of spanningsmoment.  Zo werd de strip Kuifje vroeger ook gemaakt, het is voor mij DE manier van stripmaken.
Het eindresultaat, de eerste halve pagina in kleur zoals in StripGlossy#2 gepubliceerd.

Zoek de verschillen. 
Onderstaand plaatje vond ik bij nader inzien niet goed genoeg. Het was te rustig in de stad. 
Ik haalde het decor iets naar voren en voegde lichtreclames toe. Verder tekende ik 2 extra voorbijgangers. Ook besloot ik de computerletters te vervangen door met de hand geletterde tekst.

Ook de inkleuring was nog lang niet definitief. Buiten de veranderde kleuren (zie o.a. de pizzeria) bewerkte ik de kleur met een raster en een oud papier effect. Ook is er schaduw toegevoegd. Het complete verhaal speelt in de avond en nacht af. De donkere toon is dus een bewuste keuze.